| *[862]*
Met diverse citaten van verzen uit de Nederlandse literatuur waarin de duivel spreekt (Vestdijk: 'Riem–zonder–eind'; zijn zevende fabel met kleurkrijt; 'De parasiet'. Vondel: "Adam in ballingschap". "Marieken van Nieumegen".) Verder wordt de Statenvertaling genoemd: het paradijsverhaal, het Boek Job. |