| 1959-11-14 leven en het vegetatieve bestaan, het – . gedichten van mischa de vreede – catherina van der linden [kopje in de tekst] | |
|---|---|
| Linie, De (weekblad; 30–10–1954 t.m. 10.12.1960) 1959-11-14 recensie–rubriek ( < plm. 1000 woorden) | |
| opmerking | |
| *[6191]* Afgedrukt worden ook drie gedichten: twee van De Vreede ('ik ben║ een lang zacht meisje...' en 'lelijk en laag║ het landschap...') en één van Van der Linden ('het roepen van de on–║ geziene ganzen...'); ieder in een kadertje. Genoemd worden van De Vreede: het geciteerde maar door Fens als "alleen–maar–liefheid" niet zo gewaardeerde 'autobiografisch', en het bewonderde 'groot slaaplied' uit het tweede deel van de bundel, de reeks liefdesverzen 'Dubbel dwaas', waaruit ook het door de gemeente Amsterdam bekroonde 'een jong meisje droomt' wordt geciteerd. Minder positief ("Gedachten op zoek naar een vorm") is Fens over het veel minder "open", nogal geforceerde werk van Van der Linden. | |
| Termen | |
| • algemeen » algemeenheid » nietszeggende algemeenheid • angst als literair motief • experiment » experimenteerlust » –behoefte » experimenteel » proeve • Fens: voorbehoud cq ambivalentie» teleurgesteld» kritisch» afwijzend» negati • gekunsteld » gemaakt» kunstmatig» geforceerd» onecht» aanstellerij&raq • herkenning – erkenning – waardering » kracht der herkenbaarheid • ik–perspectief » ik–figuur » het "ik" » ik–vorm » • liefde als literair motief » liefdespoëzie » liefde (–sklacht) als thema • Linden, Catharina van der • neologismen » nieuwe woorden » eigengemaakte woord– en zinsformaties • poëticaal » over het schrijven (zelf) schrijven » dichten als literair motief • redeneerderig » OOK: te theoretiserend» uitleggerig» beschouwerig» expliciet • Vreede, Mischa de • zeggingskracht en redeneerderigheid | |
| Besproken publikaties | |